Ik zag net een echtpaar langs de galerie lopen, keken aandachtig naar binnen en toen wendde de man zich tot de vrouw: “Zal ik door deze kunstenaar een schilderij van je laten maken….?”

 

Ja, u lacht hier nu om…. Maar waarom eigenlijk? Omdat we bij portret graag zoeken naar het goed uitlaten komen van schoonheid. De schoonheid van de belofte van een kind, of de schoonheid van een vrouw in de kracht van haar leven. Omdat we ouderdom niet gemakkelijk met schoonheid associëren. Omdat we niet graag de aandacht vestigen op de specifieke uitingen van ouderdom: een rimpelhuid, of uitgezakte ledematen.

 

 

 

Als men een tekening, of zelfs een schilderij van Holbein bekijkt en je vestigt even heel goed de aandacht op de lijn – dat kan eigenlijk niet eens anders – dan zie je een schitterend, elegante lijn, zo goed gezien, zo verfijnd, zo hypergevoelig, dan snap je van het schilderij in ieder geval een ding: deze schilder HIELD van de lijn. Dan zie je hem kijken naar zijn model, met een papier en een stift in de hand, zoeken naar de welving in de hals, speurend naar de plooien in zijn pak: waar zit het ritme, waar is de herhaling, waar komen ze samen. Die bezetenheid is wat hij ons nog steeds, na 5-600 jaar, geeft, en wat wij begrijpen.

 

Kijken we naar een stilleven van Dick Ket, dan zie je hoe deze schilder gefascineerd was door de materie, door het aanzicht van de dingen. Hoe een witte emaille bak er  uit ziet als een wit emaille bak. En dat klinkt grappig, maar dat is ernst. En ook ongelooflijk. Het is gewoon met verf gedaan. Er is geen twijfel. Je kunt er tegenaan tikken, er kan een scherfje afspringen. Het is een wonder. Maar ook een wit linnen tafellaken is er een wit linnen tafellaken. Je voelt hoe stijf en stug deze is. Je kunt de leeftijd schatten. Maar het is gewoon verf. Een beetje toon, een beetje vorm, een beetje warm-koud. En een immense hoop liefde. Liefde voor de dingen. Voor de huid. Want dan alleen kun je het voor elkaar krijgen. Alleen met een wil om de verschillen te laten zien tussen stof, papier en een eierschil, met die fascinatie gedurende een mensenleven, alleen dan herkennen wij de lust van honderd jaar geleden.

 

Als je naar de naakten kijkt die Andrew Wyett maakte van zijn buurvrouw Helga (die maakte hij gedurende decennia zonder dat de buitenwereld er van wist: je ziet in dat werk een jonge rossig-blonde vrouw opgroeien tot een vrouw van middelbare leeftijd) dan zie je een melkblanke huid aangeraakt worden door Amerikaans zonlicht. Sproetjes, haartjes, welvingen, het wordt meteen duidelijk. Deze man houdt van deze vruchtbare  vrouw die voor hem staat.

Je weet hoe haar borsten voelen als je voor een schilderij staat. Ik hou mij graag voor dat de schilder nooit aan haar heeft gezeten, maar ik weet hoe ze voelt.

 

Het zal duidelijk zijn: men kan alleen goede kunst maken, als men schildert waar men van houdt. Of dat nu een jonge vrouwenborst is, een linnen kleed of een gracieuze lijn.

 

De grootste kwaliteit in het werk van Francien Krieg is dat zij van oude vrouwen houdt. Zij houdt van een bleke, dunne huid, vol vlekjes en met eindeloos veel rimpeltjes. Je houdt daar van als je het in je hoofd haalt om een oud lichaam te willen schilderen. Je moet daar wel van houden als je het opbrengt uren “op een arm te zitten”, koffie te gaan drinken en na een kwartiertje weer in de zelfde concentratie, de arm te vervolmaken. Maar natuurlijk hou je ook van het leven dat iemand geleefd heeft. Van de sporen die het leven achterlaat en van de trots waarmee men die kan dragen. Zelfs van de eenzaamheid die ouderdom met zich mee brengt, en van de berusting waarmee je oud kan worden.

 

Zoals Gustav Klimt ons mee kan nemen naar het paradijs en Breughel ons de hel in sleept, zo confronteert Fancien Krieg ons met ons lot, ons lot van de vergankelijkheid. Lot, of geluk?

Het doorstaan van het leven is mooi. Ervaring, evenwicht, zelfkennis, wijsheid, ze komen allemaal met de jaren. Als dat geen schoonheid is.

 

 

Het moment kan niet mooier. Bij de opening van deze tentoonstelling, na drie jaar aan dit thema geschilderd te hebben, loopt de kunstenaar rond met een enorme buik: over een paar maanden verwacht francien en haar partner een kind!

Toen ik zelf met babyzitjes door de stad fietste deed ik een belangrijke ontdekking. Daarvoor moet ik u bekennen dat ik snel in de ban raak van met name vrouwelijk schoon. Hoe verbaast was ik dat ik merkte bij het passeren van een dame op een fiets als eerste keek of er een zitje voorop zat. Die vrouwen hadden een pree. Dames zonder stoeltje: ik keek er niet meer naar!

Ik ben benieuwd hoe lang het door gaat, dat meegroeien van je interesse-groep.

 

U ziet inmiddels de schoonheid van de schilderijen om ons heen. Naar ik aanneem.

 

 

 

 

Sam Drukker

  29-I-2011